Geplaatst op: 16 november 2011
Op 7 november overleed Siem Bankras. Hij was in mei 80 jaar geworden. Siem was een geboren en getogen Obdammer. Hij trouwde met Christien van Grieken uit Breezand en samen kregen ze drie dochters. Al op jonge leeftijd – Siem was 40 – raakte hij uit het werk en kwam thuis te zitten. Dat was niet eenvoudig. Gelukkig vond hij voldoening en vreugde op zijn volkstuin. Als de tijd van de oogst aanbrak, liet Siem anderen delen in datgene wat de tuin voortbracht. Ook vulde hij zijn tijd met fietsen. Hij heeft menig rondje door het dorp gefietst. Het laatste jaar hielden zijn vrouw en kinderen hun hart wel eens vast: zal vader onderweg geen brokken maken en zal hij de weg naar huis wel weten te vinden? Zijn gezondheid werd namelijk minder.
Tijdens de afscheidsviering lazen we het evangelie over Simon, die uiteindelijk Petrus genoemd ging worden. Onder die tweede naam was hij bekender dan onder zijn echte naam. Dat gold in zekere zin ook voor Siem Bankras. Zijn bijnaam was ‘Babs’. De oud-obdammers weten dat wel. Wat zij ook weten is dat Siem in zijn jonge jaren een groot sportman was. Hij kon het hardste lopen van iedereen. Hij heeft menig medaille gewonnen. Een medaille heeft altijd twee kanten. En dat geldt ook voor Siem. Hij was een goede vader en echtgenoot. ‘Maar’, zo zei één van de kinderen, ‘hij kon ook wel eens nukkig zijn. Je moet hem niet te veel ophemelen, hoor’. Zonder hem op te hemelen wil ik vasthouden aan het vertrouwen dat Siem nu thuisgekomen is op de plek die wij de hemel noemen. Dat hij ruste in vrede.
Geplaatst op: 17 oktober 2011
Op 7 oktober overleed Jos Ootes. Hij was 67 jaar. Hij was geboren en getogen in Obdam. Jarenlang had hij met zijn broers Kees en Ton een bloembollenbedrijf. Op zijn 50e stapte hij over op het vak van hovenier. Toen hij op zijn 60e stopte met werken, bleef tuinieren zijn grote hobby. Toen hij en zijn vrouw Lida van de Dorpsstraat naar de Poststraat verhuisden, namen zij niet alleen hun huisraad mee. Af en toe nam Jos ook wat planten en struiken uit de tuin mee om in de tuin rond het huis aan de Poststraat neer te zetten. Voor en opzij maakte hij het gemeenteplantsoen mooier. En iedereen mocht er van meegenieten. Dat geldt ook voor Jos als mens: hij heeft de wereld mooier gemaakt. Door wie wij was en wat hij deed.
Bijvoorbeeld met zijn humor. Jos was fan van Godfried Bomans. Tijdens de uitvaart lazen we de volgende woorden van deze schrijver: ‘Sterven is beginnen aan een grote logeerpartij’. Bomans was een groot spreker. Hij laat ons mooie woorden na.
Ook Jos laat ons woorden na. Zoals de woorden ‘Dat was het dan’. Het was het enige wat hij zei toen hij te horen kreeg dat hij ongeneselijk ziek was. Hoeveel anders was het in zijn goede jaren. Hij speechte op feesten en partijen. En als hij op dreef was vertelde hij de ene anekdote na de ander. Hij had humor. Zo staat hij mij ook nog voor de geest. We spraken elkaar op het land van mijn vader. In de lelies. Tussen het werken door. Want er moest gewerkt worden. Jos hield niet van het getalm en getreuzel. Als er weer eens een jochie uit de stad was komen werken, die zijn best niet deed, dan kon die vertrekken. Misschien zei Jos dan ook wel ‘Dat was het dan’. En dan kon hij gaan.
Nu Jos zelf van ons is heengegaan kan ik niet geloven dat met die paar woorden ‘Dat was het dan’ alles over is. Een mensenleven is te kostbaar om zomaar in het niets te eindigen. Het leven gaat verder. Of om het met Godfried Bomans te zeggen: ‘Jos is nu begonnen aan zijn grote logeerpartij bij God’. Dat hij daar in vrede mag rusten.
Geplaatst op: 17 oktober 2011
Op 2 oktober kwam er een einde aan het leven van Martijn en daarmee aan een ziekteproces dat twee en een half jaar geleden begon. Er werd slokdarmkanker vastgesteld. Martijn liet zijn leven er niet door bepalen. Zijn motto was ‘Vier het leven’. Met zijn humor en doorzettingsvermogen, met zijn optimisme en passie voor de muziek is hij zo gewoon mogelijk doorgegaan met leven. Hij genoot van optredens met het koor Grenzenloos. En hij bleef zingen op ons Jongerenkoor. Daar is hij 20 jaar lid van geweest. Mijn eerste kennismaking met Martijn was tijdens één van de eerste vieringen die ik als pastoor hier meemaakte. Martijn zong de solo-partij in het lied ‘Obdam is een woonplaats’. De eerste regel van het lied luidt: ‘Obdam is een woonplaats waarin mensen samen zijn’. In het VU-ziekenhuis zei ik tegen hem: ‘Martijn, Obdam zal niet meer dezelfde woonplaats zijn zonder jou. Maar we zullen in jouw geest SAMEN doorgaan met het vieren van het leven. Dank je wel wat je ons als parochie hebt gegeven’. Zijn stoel bij het koor is leeg. Maar tegelijkertijd ook weer niet: hij heeft ons zoveel moois gegeven. Zijn stem zal blijven klinken in ons hart en onze herinnering.
Muziek was zijn leven. Vandaar dat Martijn in een ‘flight case’ lag opgebaard. Dat is een koffer waar muzikanten hun instrumenten in opbergen als ze op tournee gaan; op reis. Martijn had plannen om te gaan reizen. Hij wilde nog met Pauline naar New York en naar Zuid-Afrika. Maar dat gaat niet meer. Op 2 oktober is hij aan zijn laatste reis begonnen. Martijn, een goede reis. En nogmaals: bedankt!
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Op 27 september overleed Kees Neefjes. Hij was 73 jaar. Bij zijn afscheid stond de koffer van Kees in de kerk. Symbool voor de vele reizen die hij heeft gemaakt. Dertig jaar achter elkaar ging hij op vakantie naar Benidorm. Hij was er thuis. Op de koffer plakte hij een sticker van zijn stamcafé daar. En daaronder een sticker van Schildersbedrijf De Boer. Kees werkte 40 jaar voor het bedrijf. Ons leven is met een schilderswerk te vergelijken. Gebeurtenissen geven ons leven kleur. Mooie en minder mooie gebeurtenissen wisselen elkaar af. Soms lopen we beschadigingen op. Dan moet er geplamuurd en geschuurd worden. Waar het om gaat is het eindresultaat. Kun je op het eind van je leven tevreden zijn? Met een gerust hart durfde Kees het leven los te laten. Zijn leven was voltooid. Afgeglanst. Hij kon tevreden zijn. Hij was weliswaar alleen door het leven gegaan, maar dat betekent niet dat hij eenzaam was. Hij nam deel aan het verenigingsleven van ons dorp. Zoals bij fanfare Muzieklust. Kees was lid van verdienste. En dat voor iemand die geen noot kon lezen en geen instrument heeft bespeeld. Hij was vaandeldrager. En hij deed dat met overgave. In weer en wind. Soms waaide het bij de intocht va de Sint of tijdens het geven van een aubade zo hard dat Kees het vaandel extra goed vast moest houden. Hij klemde zijn hand om het onderste deel van het vaandel en liet niet los.
Na een ziekbed van enkele maanden is Kees aan zijn laatste reis begonnen. Hij heeft zijn koffer echter hier gelaten. Met de stickers waaraan die koffer was te herkennen. Wij mogen aan het eind van ons leven herkend worden aan wie we zijn en wat we hebben gedaan. De glanslaag van ons leven. Laten we die voor ogen houden. Dan kunnen we met Kees tevreden zijn en zeggen: Het is goed zo. Hij mag het vaandel loslaten. Om te rusten in vrede.
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Wachtend op een wonder
In een zomer waarin nog heel veel kon
IJdele hoop
Waarna de herfst begon.
Hoe waar zijn deze woorden. Het wonder waar Pien op hoopte, was ijdele hoop. De strijd die zij voerde, kon ze niet winnen. Op 24 september overleed zij op de leeftijd van 58 jaar. Sinds 4 maart van dit jaar woonde Pien na vele jaren in Amsterdam te hebben gewoond weer in Obdam. Hier was een hele geschiedenis aan vooraf gegaan. Het begon twee jaar geleden in Lourdes. Moeder Rini en dochter Pien waren samen met de groep uit Obdam op bedevaart. Het waren bijzondere dagen waarin Pien heel veel liefde en warmte ontving. En ze vatte het plan op om naar Obdam te verhuizen. Begin dit jaar was er een woning beschikbaar op het Veilinghof. Ze maakte er haar paleisje van. Eigenhandig sloeg ze de muur van gasbetonblokken tussen de kamer en de slaapkamer eruit. Om een grotere woonkamer te hebben. Het mocht van de woningbouwvereniging. Mits ze beloofde het in oude staat op te leveren. Dat vond Pien een zorg voor later. Een eerste zorg was het regelen van het inzegenen van het huis. Met een lachend gezicht vroeg ze aan mij ‘Was die zegen wel goed? Ik heb er zo kort mogen wonen?’. Ze zei het om mij te pesten. Want ze zag tegelijkertijd welke zegeningen het huis haar in korte tijd had gebracht. Het was voor haar een zegen in een fijne buurt opgenomen te worden. Het was voor Pien een zegen op loopafstand van moeder Rini te wonen. Bij haar op bezoek te kunnen en een paar keer in de week samen te kunnen eten. Het was een zegen om door vertrouwde mensen omringd te zijn. Oude buren van de Kerkweg. Klasgenoten van vroeger.
De laatste weken van haar leven verbleef Pien in het Hospice. Omringd door engelen van mensen. Waaronder haar zoon Stijn. Hem te moeten loslaten deed haar verdriet. Maar tegelijkertijd wist Pien dat hij het gaat redden zonder haar. Omdat ze veel van zichzelf in hem herkende: het doorzettingsvermogen en er voor gaan. Ze geeft het Stijn mee. Samen met een laatste opdracht: een muurtje metselen tussen de huiskamer en de slaapkamer in haar huis. Ze had beloofd de woning in oude staat op te leveren. Wat je belooft, moet je waarmaken. Ik geloof in een God die ook waarmaakt wat Hij beloofd heeft: namelijk dat ons leven – ook over de grens van de dood heen – geborgen is in zijn hand. Pien gunnen wij het te delen in die belofte. En thuis te komen in een nieuw huis. Het hemels vaderhuis. Het hoeft niet te worden ingezegend. Het is een zegen daar te mogen zijn. Dat Pien daar in vrede mag rusten.
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Op 21 september kwam er een einde aan het leven van Niek Sijs. Hij was 82 jaar. Op de dag van het afscheid stonden twee vrachtwagens van de firma Sijs voor de kerk. De kranen op de vrachtwagens waren als een soort erepoort voor hem uitgestrekt. Zoals ook in de hemel de poorten wagenwijd voor hem openstaan. Niek was een goed mens. Die niet aan zichzelf dacht, maar eerst aan een ander. Hij heeft voor heel veel mensen klaargestaan. Ook voor het dorp, de verenigingen, de kerk. Maar niet alleen in materiële zin dacht hij om anderen. Ook door te vragen: ‘hoe gaat het met jou?’. Hij had een luisterend oor voor zijn medemens. Niet voor niets kwamen zoveel mensen afscheid nemen. Niek was een mens om van te houden.
We herinneren zijn opgewekte natuur en de glimlach om zijn mond. En dat terwijl hij en zijn vrouw Riet een groot verdriet met zich meedroegen. Drie kinderen moesten zij loslaten. En zoon Nico is gehandicapt. Ondanks dit verdriet had Niek een blij gezicht. ‘Achter iedere glimlach schuilt een ingehouden traan’.
Tijdens de uitvaart werd Niek terecht bedankt voor zijn inzet voor de verenigingen. De voetbal, het Brakenkerkje en onze Sint Victorkerk konden allemaal op hem rekenen. Ikzelf ook. Toen ik pas in Obdam stond, klopte ik bij Niek aan om planken. We zouden een openluchtviering houden. Ik had de oude schraagjes van de landbouwtentoonstelling gekregen. Nu zocht ik planken om daar op te leggen. Ik kreeg een hele lading nieuwe steigerdelen. Prachtig mooi hout. Hout bewerken was Niek zijn hobby. In zijn schuurtje achter het huis maakte hij van alles: kaarsenstandaards, siervoorwerpen en houten speelgoed. Hij maakte de mooiste dingen. En deelde het uit. Dat was zijn leven: geven van wat hij had. Hij hoefde er niets voor te hebben. Een blij gezicht was voor hem genoeg. Wij herinneren zijn gezicht. Met een glimlach om zijn mond. Maar … achter die glimlach schuilde een ingehouden traan. Wij voelen nu onze tranen. Om hem. En we hoeven ze niet in te houden. mensen mogen zien dat we verdriet hebben. Verdriet om het gemis, nu Niek er niet meer is.
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Omringd door jullie warmte
Dankbaar voor een intens en liefdevol leven
Neem ik afscheid van iedereen die mij dierbaar was.
Marian stelde zelf de tekst van de aankondiging van haar overlijden op. Tot het eind toe hield ze de regie in handen. Tot het einde toe bleef ze de sterke vrouw die ze altijd is geweest. Zo nam zij op 16 september afscheid van het leven en van iedereen die haar dierbaar was. Ze was 68 jaar. Marian kunnen we met recht een sterke vrouw noemen. Sterk ben je namelijk als je niet op de eerste plaats voor jezelf leeft, maar voor een ander. Marian werkte bij Esdege Reigersdaal voor mensen die zowel geestelijk als lichamelijk gehandicapt zijn. Naast haar reguliere uren zette zij zich ook als vrijwilligster voor één van de bewoners in. Dat getuigt van kracht. Die kracht had ze altijd al in zich. Ooit ging ze letterlijk de barricades op om te demonstreren dat Heerhugowaard geen groeigemeente zou worden. Ze gaf toen ze jonger was een cursus ‘Vrouwen oriënteren zich op de samenleving’. Ze was anderen tot voorbeeld. Mensen trokken zich aan haar op.
Vijf jaar geleden was het tijd om het rustiger aan te doen. Marian en Loek kwamen toen in het Focuspunt in Obdam. Ze betrokken als eerste hun appartement. Een mooi stekkie met een prachtig uitzicht over de vijver. In de winter een schaatsbaan voor de jeugd. In de andere seizoenen een plek met vogels en begroeiing. En in het midden een eilandje met riet. Riet is flexibel. Het kan nog zo hard waaien, het breekt niet. Het is een symbool voor Marian haar leven. Ze kreeg te maken met tegenwind. Maar ze bleek veerkrachtig te zijn. Steeds weer stond ze op en ging door. Tot het einde toe getuigde ze van kracht. Ze droeg haar ziekte en praatte er over. Marian heeft haar best gedaan. Moge die gedachte ons tot troost zijn.
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Er zijn datums die we niet snel vergeten. Zo’n datum is voor Kees en het gezin 6 september. Het is de dag waarop hun echtgenote, moeder en oma – Lida Schouten – stierf. Als een vlinder is ze uit hun leven gevlogen. Lida had iets met vlinders. Ze hield van de natuur en op haar vele wandeltochten genoot ze van de bomen, de bloemen, de vlinders. De vrijheid waarmee vlinders door het leven fladderen sprak haar aan. Maar tegelijkertijd staat een vlinder symbool voor de broosheid en kwetsbaarheid van het leven. Zoals een mensenleven broos kan zijn als ziekte ons treft. Het overkwam Lida. De sterke vrouw die ze was, werd steeds zwakker. Ze verloor haar mobiliteit, haar zelfstandigheid. In plaats van zorg te geven, moest ze steeds meer zorg in haar leven toelaten. Haar man Kees is te bewonderen. Tot het einde toe heeft hij haar bijgestaan. Hij wist zich daarin gesteund door de dochters, schoonzoons en kleindochters. Zij hebben van hun moeder en oma veel geleerd. Het genieten van de natuur. Het creatief bezig-zijn. Het in huis gezellig maken. Gastvrijheid. Zorgzaamheid. Jaren lang was Lida als vrijwilligster bij het Ziekentriduum betrokken. Het was haar op het lijf geschreven: er-zijn voor de ander; klaarstaan voor je medemens. Zorg dragen voor diegenen die onze zorg nodig hebben. En nu aan haar zorg een einde is gekomen, mogen we geloven dat zij delen mag in Gods zorg. Aan dat vertrouwen houden we vasthouden. En aan elkaar. We hebben elkaar nodig. Iedere dag. Omdat op die ene dag – 6 september – alles anders werd.
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Op 31 augustus kwam door een noodlottig ongeval plotseling een einde aan het leven van Arie Hoogewerf. Hij zou in november 88 jaar zijn geworden. Dat zou je hem niet geven. Hij liep iedere dag een rondje en fietste heel veel; hij liep kaarsrecht en gebruikte helemaal geen medicijnen. Aalleen de rimpels in zijn gezicht verraadden dat hij ouder was dan we zouden denken. Kleindochter Rosalie zei als klein meisje ooit tegen opa: ‘U ziet er wat rommelig uit’. Ze bedoelde zijn rimpeltjes. Maar laten we niet daar naar kijken, maar naar zijn vriendelijke uitstraling. Hij had altijd een brede lach om zijn mond. Hij had een opgewekte natuur, en humor. Toen zijn aanstaande schoonzoon zei: ‘Ik kom om de hand van uw dochter vragen’, toen antwoordde Arie: ‘Je mag haar hand hebben, maar alleen als je de rest er ook bij neemt’. Niet alleen zijn humor maakte vader Arie tot een mens om van te houden. Hij had zoveel te geven aan liefde, aan zorg, aan wijsheid, aan hartelijkheid. Dat alles maakte hem tot een prachtman. Of zoals Tijmen zei: ‘U bent een kei van een opa’.
Boven de aankondiging van zijn overlijden stond het nog even anders. Daar lazen we: ‘Onze kanjer is niet meer’. Hij was een kanjer als echtgenoot. 53 jaar mochten zijn vrouw en hij lief en leed samen delen. Ze hadden het goed samen. Ook voor de kinderen en kleinkinderen was hij een kanjer. Hij leefde met hen mee. Stond langs de lijn naar het voetbal te kijken. Was belangstellend. Hielp mee met tuinieren. Toen één van de kinderen op een keer het gereedschap had gebruikt en smerig had weggezet, riep hij de betreffende persoon bij zich en deed hij voor hoe het gereedschap schoongemaakt moest worden. Eerst de grond er goed afhalen en dan een beetje olie erop om het in te vetten. Het is één van de dingen die hij zijn kinderen heeft geleerd en meegegeven. Net zoals hij hen leerde wat liefde is, geloof, vertrouwen, klaarstaan voor een ander. Allemaal dingen die eigenlijk heel gewoon zijn, maar die Arie tot een hele bijzondere man, vader en opa maakten. We zullen hem missen.
Iedere dag reed hij zijn rondje
Zijn handen stevig aan ‘t stuur
Genieten van het buiten-leven
Van de ruimte, de natuur.
Hij trotseerde de seizoenen
Gladde wegen, of wind tegen
Niets kon hem weerhouden
Zelfs niet een beetje regen.
Toch genoot hij nog ’t meeste
Van de warmte en van de zon
Dan maakte hij ‘t ritje langer
En fietste hij zo ver hij kon.
Zomaar rijden door de polders
Even zorgeloos zo als een kind
Fietsend op vertrouwde wegen
En door zijn haren waait de wind.
Nu aan het einde van zijn leven
Mag hij zijn laatste fietstocht gaan
Om op een plek nu thuis te komen
Waar de zon aan de hemel zal staan.
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Op 21 augustus overleed op 83 jarige leeftijd Piet Vlaar. In de beginjaren van zijn arbeidzame leven was hij net als zijn vader vrachtschipper. Zo stond dat nog heel lang in het telefoonboek vermeld. Piet had nog op een andere manier iets met varen. Als dienstplichtig militair diende hij in Indonesië. Per boot werd die reis gemaakt. En daar ging je. Als jongeman. Een reis van enkele weken. Met achter de horizon het onbekende land. Een land waaraan hij uiteindelijk zijn hart heeft verpand. De natuur, de mensen, de cultuur: het sprak hem zo aan, dat hij gedurende zijn leven diverse keren terug is gegaan. Het land liet hem niet los. Hij raakte er ook niet over uitgepraat. Vooral niet met zijn neef Lau. Iedere dag kwam hij een koppie halen. En dan werd er gepraat. Over de bouw, over het weer, maar ook over Indonesie. Het was alsof er diep van binnen een soort heimwee-gevoel in hem leefde. Een heimwee naar iets dat je mist. Zo’n zelfde gevoel kwam over hem toen zijn vrouw Tiny overleed. Hij miste haar enorm. Het was alsof er met haar dood ook in Piet iets was gestorven. Hij reed de rondjes met zijn auto; hij legde zijn bezoekjes af. Maar de glans was er af.
Het laat zien wat Tiny voor Piet betekende. Hij zal het niet altijd hebben gezegd. Maar nu ze er niet meer was, besefte hij des te meer wat haar rol in zijn leven was geweest. 11 Augustus was het een jaar terug dat zij plotseling overleed. Die middag bracht ik het herinneringskruisje met daarop haar naam naar hem toe. Zien kon hij het niet. Daarom gaf ik het hem in zijn handen, zodat hij het kon voelen. Ik kon op dat moment niet vermoeden dat hij het kruisje tien dagen later opnieuw zou vasthouden. Nu in zijn verstilde handen. Ruim een jaar na zijn vrouw is ook Piet aan zijn laatste reis begonnen. Een reis waarvan de bestemming ergens ver weg achter de horizon ligt. Aan ons zicht onttrokken. Zoals hij als jongeman op reis ging naar een toen nog onbekende bestemming. Uiteindelijk is hij er zo’n zeven keer naar teruggekeerd om er steeds een beetje thuis te komen. We mogen geloven dat hij nu thuis gekomen is op een plek die wij de hemel noemen. Dat hij daar in vrede mag rusten.