In Memoriam: Arie Hoogewerf
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Op 31 augustus kwam door een noodlottig ongeval plotseling een einde aan het leven van Arie Hoogewerf. Hij zou in november 88 jaar zijn geworden. Dat zou je hem niet geven. Hij liep iedere dag een rondje en fietste heel veel; hij liep kaarsrecht en gebruikte helemaal geen medicijnen. Aalleen de rimpels in zijn gezicht verraadden dat hij ouder was dan we zouden denken. Kleindochter Rosalie zei als klein meisje ooit tegen opa: ‘U ziet er wat rommelig uit’. Ze bedoelde zijn rimpeltjes. Maar laten we niet daar naar kijken, maar naar zijn vriendelijke uitstraling. Hij had altijd een brede lach om zijn mond. Hij had een opgewekte natuur, en humor. Toen zijn aanstaande schoonzoon zei: ‘Ik kom om de hand van uw dochter vragen’, toen antwoordde Arie: ‘Je mag haar hand hebben, maar alleen als je de rest er ook bij neemt’. Niet alleen zijn humor maakte vader Arie tot een mens om van te houden. Hij had zoveel te geven aan liefde, aan zorg, aan wijsheid, aan hartelijkheid. Dat alles maakte hem tot een prachtman. Of zoals Tijmen zei: ‘U bent een kei van een opa’.
Boven de aankondiging van zijn overlijden stond het nog even anders. Daar lazen we: ‘Onze kanjer is niet meer’. Hij was een kanjer als echtgenoot. 53 jaar mochten zijn vrouw en hij lief en leed samen delen. Ze hadden het goed samen. Ook voor de kinderen en kleinkinderen was hij een kanjer. Hij leefde met hen mee. Stond langs de lijn naar het voetbal te kijken. Was belangstellend. Hielp mee met tuinieren. Toen één van de kinderen op een keer het gereedschap had gebruikt en smerig had weggezet, riep hij de betreffende persoon bij zich en deed hij voor hoe het gereedschap schoongemaakt moest worden. Eerst de grond er goed afhalen en dan een beetje olie erop om het in te vetten. Het is één van de dingen die hij zijn kinderen heeft geleerd en meegegeven. Net zoals hij hen leerde wat liefde is, geloof, vertrouwen, klaarstaan voor een ander. Allemaal dingen die eigenlijk heel gewoon zijn, maar die Arie tot een hele bijzondere man, vader en opa maakten. We zullen hem missen.
Iedere dag reed hij zijn rondje
Zijn handen stevig aan ‘t stuur
Genieten van het buiten-leven
Van de ruimte, de natuur.
Hij trotseerde de seizoenen
Gladde wegen, of wind tegen
Niets kon hem weerhouden
Zelfs niet een beetje regen.
Toch genoot hij nog ’t meeste
Van de warmte en van de zon
Dan maakte hij ‘t ritje langer
En fietste hij zo ver hij kon.
Zomaar rijden door de polders
Even zorgeloos zo als een kind
Fietsend op vertrouwde wegen
En door zijn haren waait de wind.
Nu aan het einde van zijn leven
Mag hij zijn laatste fietstocht gaan
Om op een plek nu thuis te komen
Waar de zon aan de hemel zal staan.



