In Memoriam: Pien van der Linden
Geplaatst op: 14 oktober 2011
Wachtend op een wonder
In een zomer waarin nog heel veel kon
IJdele hoop
Waarna de herfst begon.
Hoe waar zijn deze woorden. Het wonder waar Pien op hoopte, was ijdele hoop. De strijd die zij voerde, kon ze niet winnen. Op 24 september overleed zij op de leeftijd van 58 jaar. Sinds 4 maart van dit jaar woonde Pien na vele jaren in Amsterdam te hebben gewoond weer in Obdam. Hier was een hele geschiedenis aan vooraf gegaan. Het begon twee jaar geleden in Lourdes. Moeder Rini en dochter Pien waren samen met de groep uit Obdam op bedevaart. Het waren bijzondere dagen waarin Pien heel veel liefde en warmte ontving. En ze vatte het plan op om naar Obdam te verhuizen. Begin dit jaar was er een woning beschikbaar op het Veilinghof. Ze maakte er haar paleisje van. Eigenhandig sloeg ze de muur van gasbetonblokken tussen de kamer en de slaapkamer eruit. Om een grotere woonkamer te hebben. Het mocht van de woningbouwvereniging. Mits ze beloofde het in oude staat op te leveren. Dat vond Pien een zorg voor later. Een eerste zorg was het regelen van het inzegenen van het huis. Met een lachend gezicht vroeg ze aan mij ‘Was die zegen wel goed? Ik heb er zo kort mogen wonen?’. Ze zei het om mij te pesten. Want ze zag tegelijkertijd welke zegeningen het huis haar in korte tijd had gebracht. Het was voor haar een zegen in een fijne buurt opgenomen te worden. Het was voor Pien een zegen op loopafstand van moeder Rini te wonen. Bij haar op bezoek te kunnen en een paar keer in de week samen te kunnen eten. Het was een zegen om door vertrouwde mensen omringd te zijn. Oude buren van de Kerkweg. Klasgenoten van vroeger.
De laatste weken van haar leven verbleef Pien in het Hospice. Omringd door engelen van mensen. Waaronder haar zoon Stijn. Hem te moeten loslaten deed haar verdriet. Maar tegelijkertijd wist Pien dat hij het gaat redden zonder haar. Omdat ze veel van zichzelf in hem herkende: het doorzettingsvermogen en er voor gaan. Ze geeft het Stijn mee. Samen met een laatste opdracht: een muurtje metselen tussen de huiskamer en de slaapkamer in haar huis. Ze had beloofd de woning in oude staat op te leveren. Wat je belooft, moet je waarmaken. Ik geloof in een God die ook waarmaakt wat Hij beloofd heeft: namelijk dat ons leven – ook over de grens van de dood heen – geborgen is in zijn hand. Pien gunnen wij het te delen in die belofte. En thuis te komen in een nieuw huis. Het hemels vaderhuis. Het hoeft niet te worden ingezegend. Het is een zegen daar te mogen zijn. Dat Pien daar in vrede mag rusten.



