'Een tientje'
Geplaatst op: 15 november 2010
Te midden van de honderden kaarten en duizenden berichten die ik mocht ontvangen in de maanden van mijn schorsing, zat ook een kaart uit Volendam. Afkomstig van de ouders van Jan Smit. De kaart was gericht aan mijn ouders. Er stond: ‘We wensen jullie sterkte. We weten wat het is om een zoon te hebben die in de belangstelling staat en waar je zorgen om kan hebben’. Toch pittig, zo’n kaartje.
Het gaat nu weer goed met Jan. Maar vorig jaar was het zwaar. De relatie met Yolanthe raakte over. En heel Nederland had het er over. Jan heeft nu een nieuwe relatie en hoopt over vier weken vader te worden. En Yolanthe heeft haar Wesley. Wesley is dit voorjaar katholiek geworden. En komt daar ook voor uit. Tijdens het WK in Zuid-Afrika werd hij gefotografeerd met een rozenkrans om z’n hals. En heel veel jongeren doen hem na. Het lijkt een ware rage te worden. Ik vraag me af of al die jongeren – en zelfs Wesley – weten wat een rozenkrans is en hoe deze gebeden wordt. Ik denk het niet. Vijftig jaar geleden daarentegen was de rozenkrans in katholieke kring algemeen bekend. De meeste gezinnen baden gemeenschappelijk de rozenkrans.
Ik moet toegeven: ik bid de rozenkrans veel te weinig. Eigenlijk alleen in mei en oktober op de donderdagen voorafgaand aan de viering. Ik gun me er de rust niet voor. Nou heb ik een goed excuus: er wordt voor mij gebeden. Heel vaak kom ik mensen tegen die me toevertrouwen: ‘ik bid de rozenkrans. En er is ook een tientje voor jou bij’
Zo noemen we tien wees gegroeten: ‘een tientje’. Ik weet nog goed dat ik samen met m’n collega pastoor Mars een bedevaart naar Lourdes begeleide. Toen de devotionalia werden gezegend kwam een pelgrim met een rozenkrans naar hem toe. ‘Dat kost een tientje’, zei pastoor Mars. De man wilde zijn portemonnee al pakken. Maar m’n collega bedoelde een tientje van de rozenkrans. Dat is meer waard dan geld.
Eigenlijk hebben we – als we voor iemand bidden – heel veel te geven. En hoeven we nooit met lege handen te staan. Het doet me denken aan een verhaal over een roos die iemand cadeau kreeg. De persoon was jarig. Het was op een zondag. Plotseling stond een tante-zegger op de stoep. Hij had van zijn neef gehoord dat tante jarig was. De winkels waren dicht; dus wat deed hij. Hij ging naar de pastorie-tuin en plukte een roos. Zo stond hij voor tante. Hij wilde niet met lege handen bij haar op visite komen. Hij had – in plaats van een roos uit de pastorietuin te stelen – kunnen zeggen: tante u krijgt van mij een tientje. Een tientje van de rozenkrans. Ik zal voor u bidden.
Ik hoop dat we daar nooit mee stoppen: te bidden voor onszelf. En te bidden voor elkaar. En zo wil ik bidden voor m’n ouders. Ze verdienen het. Het is niet niks een zoon te hebben die in de belangstelling staat en waar je zorgen om kan hebben. Moeder Smit uit Volendam wist heel goed wat ze schreef op het kaartje dat ze stuurde.


